In 2012 reisde ik drie weken door de Filipijnen. Na 14 jaar denk ik nog steeds terug aan momenten die ik daar heb mogen ervaren. Het is een prachtig land met een focus op tropische natuur en idyllische eilanden. Als ik erover vertel begin ik altijd over El Nido, een dorpje op het noordelijke punt van het eiland Palawan. Nog steeds omschrijf ik deze plek als het mooiste paradijs dat ik heb mogen aanschouwen. Ondertussen heb ik gehoord dat ook daar toerisme flink is toegenomen. En ik snap het, deze plek heeft een serieuze aantrekkingskracht. Van hieruit kan je eilandhoppen, zowel als dagtocht als meerdaagse activiteit.
Mijn meest innemende herinnering speelt zich af in de oceaan. Na het aanmeren van de boot op een van de vele eilanden, ben ik met mijn snorkelmasker en vinnen de oceaan in gezwommen. Na een tijdje zag ik in de verte een zeeschildpad zwemmen. En dan nog eentje en nog eentje. Rustig ben ik dichterbij gekomen en zag ze 8 meter onder mij gezapig grazen van het wier. Telkens er eentje naar adem kwam happen, deed ik hetzelfde. Zo had ik meerdere momenten dat ik oog in oog met hen kwam aan het wateroppervlak. We haalden samen adem en daarna doken ze weer hun feestmaal in. Ik heb geen idee hoelang ik daar effectief was maar de herinnering blijft haarscherp en blijft deugd doen.
El Nido had me in haar ban. In de vroege ochtenden maakte ik wandelingen langs de kustlijn, in het gezelschap van een straathond, en ik maakte er ook een gewoonte van om te kuieren langs de dorpshuizen.
Op een van de momenten werd mijn aandacht getrokken naar een dorpstuin. En wat ik zag, brak mijn hart. Een aap, geketend aan de nek, keek naar mij. Ik werd woest van binnen, ik voelde verdriet en walging. En ik liep door. Want wat kan ik nu doen aan de situatie, niets toch? Maar naarmate ik verder wandelde, begon er iets te knagen. Ik liep terug en zocht naar de eigenaar. Met een bang maar kwaad hartje sprak ik hem aan.
‘Waarom heb je die aap geketend in je tuin zitten?’ vroeg ik kordaat. Hij keek me aan en zei: ‘Onze economie draait niet goed, en dit is de manier waarop ik geld kan verdienen want toeristen willen dan een foto.’ Ik zei dat dat niet de goede manier was en ik liep verder. Mijn knagend gevoel bleef maar werd ook dieper en wijder: Wie ben ik om te zeggen wat goed of slecht is. En ik ben ook een toerist.
Heb ik de aap gered op dat moment? Nee.
Heb ik die man zijn ogen geopend? Nee.
Heb ik überhaupt verandering gebracht? Nee.
Maar zij hebben mij veranderd. En mijn nieuwsgierigheid heeft de aanzet gegeven.
Ik was oprecht benieuwd wat die man te zeggen had. En door ermee in dialoog te gaan wist ik dat het probleem veel groter was dan een ‘stoute’ man en een ‘slechte’ overheid. Het doet je meerdere zaken in vraag stellen: Wat is toerisme, wie ben ik als toerist, wat zijn mijn waarden en normen, waar liggen mijn eigen tekortkomingen, kan ik compassie opbrengen, … .
Nieuwsgierigheid is baanbrekend als het gedragen wordt door een open blik. Een open blik is het veld waarbij je info draagt zonder oordeel. Dat wil niet zeggen dat je akkoord moet gaan met alles. Maar het is de kunst om informatie neutraal te laten binnenkomen, net lang genoeg, zodat je een oprechte mening kan vormen. Geen oordeel dat afbreekt maar een mening die bijdraagt tot groei.
Ik heb die dag niet de aap kunnen redden, niet de man, niet het toerisme of de wereld. Maar het heeft me iets gegeven. En dat draag ik nu uit. Ik gun iedereen een open blik en oprechte nieuwsgierigheid. Ik wens iedereen een bewustere kijk op het leven toe. Want dan heeft reizen een meerwaarde: de wereld omarmen hoe deze is en van daaruit groeien.